There’s one app for that

Het einde van apps zou ons kunnen naderen. Hoewel er de afgelopen jaren een explosie van apps is geweest, ziet men nu een trend naar een consolidatie van apps. Het is aan integraties tussen apps en (chat)bots om ons leven makkelijker te maken. Men vraagt steeds meer naar de unificatie van apps. 

De term “app” stamt af uit 2008 toen Apple de App Store uitbracht. Sindsdien zijn meer dan 100 miljard apps gedownload uit alleen al de App Store. We zijn nu op een moment aangekomen dat er een app is voor ongeveer alles (“There’s an app for that!”). Apps zijn daarom de voornaamste vorm van interactie met onze smartphones, tablets en wearables geworden. Als we onze smartphone openen is het, in een scherm vol met app icons, toch altijd even zoeken voordat de juiste app gevonden is. Een gevolg hiervan is dat de markt vraagt om een app die ons in de mogelijkheid stelt al deze services in één keer te bereiken (“There’s one app for that!”). Ook de interactie met deze app is aan het veranderen. De trend is dat vanuit een chat-app allerlei services aangevraagd kunnen worden. Zo kan je nu een Uber aanvragen, een hypotheek afsluiten en avondeten bestellen via dezelfde chat-app.

Deze schijnbaar utopische toekomst is een realiteit geworden toen Cisco Spark werd uitgebracht in 2015. Cisco Spark is Cisco’s Enterprise Collaboration platform dat geheel in de Cloud gebaseerd is. Met Cisco Spark is het mogelijk om Virtual Rooms te creëren waarin de gebruikers kunnen chatten, bestanden delen, audio en video kunnen bellen en meer. Met de nadruk op meer. Sinds de launch van Cisco Spark zijn developers actief bezig geweest met haar API (Application Programming Interface). Kort gezegd maakt een goed ontworpen Open API het mogelijk om applicaties met elkaar te laten communiceren. De API’s van Cisco Spark zijn als developer erg gemakkelijk te gebruiken. Je kan bijvoorbeeld een integratie tussen Cisco Spark en Dropbox programmeren zodat documenten die worden gedeeld in een Room direct in een Dropbox-folder worden opgeslagen. De mogelijkheden zijn eindeloos. Om informatie op te vragen, te creëren, bij te werken of juist te verwijderen bij een applicatie wordt het REST (Representational State Transfer)-protocol gebruikt. Het bekendste REST-gebaseerde protocol is het Hypertext Transfer Protocol, of in de volksmond HTTP. Een developer kan vervolgens dan met een programmeertaal als Python of JavaScript een script schrijven dat communiceert met de applicaties via de API. Zo is dit ook het geval bij Cisco Spark.

Cisco Spark Depot

Sinds de launch van het Cisco Spark Depot, begin november, komt deze eerdergenoemde utopische toekomst nóg dichterbij. Cisco Spark Depot is een platform vergelijkbaar met de App Store, waar men kan inloggen met dezelfde inloggegevens van Cisco Spark. Vervolgens kan je allerlei “Integrations” of “Bots” toevoegen aan een Room. Hiervoor hoeft, in tegenstelling tot de eerdere situatie, geen enkele regel code geschreven te worden door een developer. Het Depot kan door iedereen met een Cisco Spark-account gebruikt worden. De Integrations en Bots zijn net zoals in de App Store ingedeeld in categorieën, zoals Customer Relations, Healthcare en Productivity.

Integrations

Onder “Integrations” worden integraties verstaan met services zoals Salesforce, Box of GitHub. Integrations geven notificaties van dit soort services, en praten dan in naam van een Cisco Spark-gebruiker. Integrations hebben alles te maken met het geven van permissie om namens een gebruiker de Cisco Spark API’s op te roepen. De procedure die gebruikt wordt om permissie te geven heet “OAuth Grant Flow”. OAuth 2.0 is een open standaard, die speciaal ontworpen is voor HTTP. Het wordt gebruikt voor het autoriseren van toegang tot (web)applicaties aan andere applicaties, zonder het geven van inloggegevens. In plaats van wachtwoorden gebruikt het “Access Tokens”, waardoor het beter beveiligd is. Dit is de reden dat OAuth 2.0 ook door andere bedrijven veel wordt gebruikt, zoals Google, Facebook en Twitter.

Bots

“Bots” zijn anders dan Integrations. Bots verschijnen als een ‘persoon’ in een Room en kunnen vanuit zichzelf een bericht plaatsen, terwijl Integrations juist berichten plaatsen vanuit een fysiek groepslid die de Integration heeft ingesteld. Bots kunnen gezien worden als een app in een Room: het reageert op user input, voert bepaalde taken uit en komt terug met resultaten. Bots hebben dan ook hun eigen e-mailadres nodig, met de domeinnaam “sparkbot.io”, om op deze manier als een deelnemer gezien te worden in een Room. Bots kunnen bijvoorbeeld de huidige weerinformatie geven, een to-do-list bijwerken voor een project of een woord opzoeken in een woordenboek.

Zelf aan de slag!

Bent u geïnteresseerd om zelf een Integration of Bot te maken voor Cisco Spark? Klik dan hier! Het maken van een Integration of Bot kan een goede manier zijn om uw applicatie of service te promoten, aangezien het meteen beschikbaar wordt voor alle gebruikers van Cisco Spark.

Laat een reactie achter